Debatbijdrage Koffeman Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026

Niko Koffeman - partij voor de dieren in debat eerste kamer

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. We leven in tijden van hoop en vrees, niet alleen bij het wereldkampioenschap, maar ook bij het smeden van meerderheden om voorstellen van het minderheidskabinet toch van voldoende steun te verzekeren. De overeenkomst is de hit van Rob Kemps van de Snollebollekes: van links naar rechts, naar rechts, naar rechts, naar links. De minister heeft zich van de steun voor deze begroting proberen te verzekeren bij verschillende politieke flanken, maar ideaal lijkt dat niet te zijn. Het kabinet creëert een zelfbenoemde parallelle werkelijkheid: er is een deal met de VVD voor een wetsvoorstel om de verheerlijking van terrorisme strafbaar te stellen en een kasschuif voor een groter budget voor ontwikkelingssamenwerking als voorschot op een onzekere toekomst. Vorige week zei de minister in de Tweede Kamer dat die schaduwdeal geen onderdeel was van de afspraken met PRO. Schriftelijk laat hij weten het daarbij te houden. Volgens vicepremier en VVD-leider Yeşilgöz is er geen link tussen beide zaken en is er ook geen uitruil geweest. Het gebeurde alleen in hetzelfde timeframe, parallel en tegelijk. Wat is de waarheid? Mijn fractie gelooft niet in parallelle werkelijkheden. Tegelijkertijd zijn er partijen in dit huis die de begroting zeggen te steunen op basis van een deal die volgens het kabinet niet bestaat. Mijn fractie wil graag van de minister weten hoe het nou zit.

Voorzitter. Laveren heeft zijn grenzen. Wat de Partij voor de Dieren betreft vraagt de politiek niet om steeds weer naar links of naar rechts te bewegen, maar om koersvastheid en om een heldere visie op wat Nederland in de wereld wil betekenen waaraan wordt vastgehouden. Juist die koersvastheid mist de fractie van de Partij voor de Dieren in deze begroting. Die spanning zien we ook terug in de manier waarop ontwikkelingssamenwerking steeds nadrukkelijker wordt ingezet als instrument van migratiebeleid. Door ontwikkelingsgeld te gebruiken voor opvang in de regio en zelfs voor terugkeerhubs, blijft er minder geld over voor de oorspronkelijke doelstelling van ontwikkelingssamenwerking, namelijk het bestrijden van armoede, het versterken van bestaanszekerheid en het voorkomen van conflicten.

Voorzitter. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over de plannen voor de terugkeerhubs. Heeft de minister nu wel of geen plannen om terugkeerhubs te realiseren? Ik wil liever geen reflectie daarop in termen van: ja, maar voor dit jaar zijn ze er nog niet. Ik wil graag horen wat de plannen voor de terugkeerhubs zijn. Het vorige kabinet probeerde die alsnog te realiseren in Uganda. Welke concrete plannen heeft dit kabinet en met welke andere Europese landen wordt daaraan gewerkt?

Voorzitter. De fractie van de Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over het opvangen van afgewezen asielzoekers buiten de EU, niet alleen omdat daarmee ontwikkelingsbudgetten worden ingezet voor een ander doel dan waarvoor ze bedoeld zijn, maar ook omdat dergelijke constructies fundamentele vragen oproepen over mensenrechten, rechtsbescherming en vrijwilligheid. Nederland presenteert zich internationaal als verdediger van mensenrechten. Hoe verhoudt dat zich tot de plannen waarbij mensen buiten Europa worden ondergebracht in terugkeerhubs, waarvan de juridische en humanitaire waarborgen allerminst duidelijk zijn? We weten dat in Uganda op homoseksualiteit de doodstraf staat. Kan de minister uitleggen hoe dergelijke plannen verenigbaar zouden kunnen zijn met de mensenrechtenverplichtingen die Nederland zegt te verdedigen?

Voorzitter. Een tweede zorg betreft de financiële onderbouwing van deze begroting. Het kabinet maakt gebruik van kasschuiven en haalt budgetten uit de toekomst naar voren om problemen van vandaag op te lossen. Maar “wie dan leeft, wie dan zorgt” is geen solide vorm van besturen. Ontwikkelingssamenwerking vraagt juist om langdurige commitment en betrouwbaarheid. Partners kunnen geen gezondheidszorg opbouwen, natuur beschermen of onderwijs verzorgen op basis van tijdelijke kunstgrepen. De vraag aan de minister is daarom hoe hij voorkomt dat deze begroting een voorschot neemt op een toekomst die financieel allerminst zeker is.

Voorzitter. De kern van onze zorg betreft de voortdurende afbraak van het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking maakt de wereld uiteindelijk onveiliger. Wie investeringen in voedselzekerheid, gezondheidszorg, onderwijs, klimaatadaptatie en conflictpreventie terugschroeft, vergroot de kans op instabiliteit, humanitaire crises en gedwongen migratie. Wat de fractie van de Partij voor de Dieren verbaast, is dat ontwikkelingssamenwerking wordt behandeld als een kostenpost, terwijl preventie juist buitengewoon effectief zou kunnen zijn om grote kosten in de toekomst te vermijden. Iedere euro die wordt geïnvesteerd in conflictpreventie levert een veelvoud daarvan op aan vermeden kosten voor oorlog, humanitaire hulp, wederopbouw, opvang van vluchtelingen en veiligheidsmaatregelen. Waarom kiest het kabinet er dan voor om juist te bezuinigen op een van de meest effectieve instrumenten die we hebben om conflicten en instabiliteit te voorkomen? Het zijn juist landen als Rusland en China die hun geopolitieke macht vergroten door in de gaten te springen die wij op een continent als Afrika laten ontstaan. Ontwikkelingssamenwerking is geen liefdadigheid. Het is verstandig veiligheidsbeleid. “Welbegrepen eigenbelang” zou Alexis de Tocqueville dat noemen.

Voorzitter. Daarmee kom ik op de koppeling tussen het ODA-budget en het bruto nationaal inkomen. De Kamer heeft zich inmiddels driemaal uitgesproken voor het herstel van die koppeling: eerst via de motie-Huizinga-Heringa in deze Kamer, vervolgens via de motie-Hirsch in de Tweede Kamer en daarna via de motie-Holterhues opnieuw in deze Kamer. Toch blijkt uit de antwoorden van de minister op schriftelijke vragen dat het kabinet ervoor kiest deze moties niet uit te voeren. Als de minister ze niet uitvoert, kan hij dan duidelijkheid geven waarom hij ze niet uitvoert? De koppeling wordt niet structureel hersteld en de extra bezuiniging die voortvloeit uit de gewijzigde berekeningsmethode blijft overeind. Daardoor verdwijnen de komende jaren opnieuw honderden miljoenen euro’s uit het ontwikkelingsbudget.

Waarom legt het kabinet drie expliciete uitspraken van het parlement naast zich neer? Welke argumenten zijn volgens de minister zo zwaarwegend dat hij afwijkt van een wens die inmiddels meermaals door beide Kamers is bevestigd? Waarom houdt het kabinet zich wel aan de NAVO-norm van 5% van het bruto nationaal product? Die vraag stelde ik ook al tijdens een interruptie aan collega Karimi. De samenstellende partijen van haar partij zouden zo’n verhoging van de NAVO-norm in het verleden altijd hebben veroordeeld en zouden altijd hebben vastgehouden aan de OESO-norm van 0,7%. Is de minister het met mijn fractie eens dat dit een politieke keuze is? Kan hij daarop reflecteren, ook in termen van vrede en veiligheid?

Voorzitter. Deze keuze komt bovendien op een bijzonder ongelukkig moment. De forse bezuinigingen op USAID door president Trump hebben wereldwijd geleid tot het wegvallen van programma’s voor gezondheidszorg, voedselhulp, ziektebestrijding en humanitaire ondersteuning. Juist in kwetsbare regio’s zijn daardoor gaten ontstaan in de bestrijding van infectieziekten. Bij voorbaat werd er door wetenschappers al gewaarschuwd voor een ebola-uitbraak, en kijk waar we nu staan: we zijn zover. Tegelijkertijd bezuinigt het kabinet ook in Nederland op pandemische paraatheid. Is de minister van mening dat ontwikkelingslanden voldoende worden beschermd tegen infectieziekten als ebola, cholera, tyfus en mpox, en geldt dat ook voor Nederland? Graag een reactie.

Voorzitter. Daarnaast maakt de fractie van de Partij voor de Dieren zich zorgen over de bezuinigingen op diplomatie en consulaire dienstverlening. Minister Klever bezuinigde daar de afgelopen jaren 10% op. Hoogleraar humanitaire studies Thea Hilhorst zei daarover vorig jaar in een deskundigenbijeenkomst: als je een ei hebt geklutst, kun je het niet meer ontklutsen. Oftewel: als ambassades worden gesloten, consulaten verdwijnen, lokale medewerkers vertrekken en netwerken worden afgebroken, gaat er veel meer verloren dan alleen een begrotingspost. Dan verdwijnen kennis, contacten en vertrouwen die soms tientallen jaren hebben gekost om op te bouwen. Dat herstel je niet eenvoudig door later opnieuw geld beschikbaar te stellen. Kan de minister daarom aangeven hoeveel er de komende jaren precies wordt bezuinigd op diplomatieke en consulaire dienstverlening? Welke ambassades, consulaten-generaal of andere posten worden geraakt? Waarom is juist voor deze locaties gekozen, en welke eerder aangekondigde bezuinigingen zijn inmiddels teruggedraaid of worden teruggedraaid? Graag een toelichting.

Voorzitter. Dan het handelsbeleid. De fractie van de Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Mercosur. De Europese Commissie heeft via een opsplitsing van het akkoord delen van het verdrag al op 1 mei voorlopig in werking laten treden, zonder de goedkeuring van het Europees Parlement of het oordeel van het Europees Hof van Justitie af te wachten. Wat vindt de minister van deze gang van zaken? Deelt hij de opvatting dat een handelsverdrag met zulke verstrekkende gevolgen voor landbouw, natuur, klimaat, dierenwelzijn en mensenrechten alleen legitimiteit kan hebben wanneer er sprake is van volledige democratische controle en parlementaire betrokkenheid? Kan de minister toezeggen dat Nederland zich binnen de Europese Unie zal verzetten tegen iedere poging om parlementaire goedkeuring te omzeilen of democratische controle te beperken?

Tot slot een laatste vraag over Oekraïne. Er wordt gesproken over “niet-militaire steun” aan Oekraïne, maar we dragen eerder bij aan escalatie dan aan de-escalatie van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Hoe zinvol is het in dat geval om extra geld voor wederopbouw te leveren? Of gaat het kabinet, naast het bieden van wapensteun, zich ook actief inzetten voor vredesbesprekingen en de-escalatie? Graag een toelichting van de minister. De Partij voor de Dierenfractie pleit met nadruk voor niet-militaire steun in de meest letterlijke zin van het woord.

Voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

De heer Hartog (Volt):

Toch een verduidelijkende vraag over Mercosur. De heer Koffeman lijkt het idee te creëren dat er geen democratische controle zou zijn op het Mercosur-akkoord. Is de heer Koffeman het met mij eens dat dit geen probleem van democratische controle is, maar gewoon een voorlopige inwerkingsstelling van het handelsgedeelte? Dat is namelijk iets anders dan het opsplitsen van een akkoord.

De heer Koffeman (PvdD):

Ja, ik ben het met u eens dat het een voorlopige inwerkingtreding van het handelsgedeelte is, maar ik ben het niet met u eens dat dat geen democratische controle zou behoeven. Ik denk dat zo’n akkoord goedgekeurd zou moeten worden door de parlementaire instituties in plaats van dat het al voorlopig in werking zou moeten treden.

De heer Hartog (Volt):

De heer Koffeman weet dat dit gewoon een prerogatief is van de Commissie, dat democratisch is gegeven aan de Commissie via de gebruikelijke handelsprocedures. Dus stelt de heer Koffeman dan voor dat we over het verdrag moeten gaan onderhandelen, zodat dit veranderd wordt?

De heer Koffeman (PvdD):

Tja, wat mij betreft zou dat verdrag niet door moeten gaan, want ik zie daar vooral nadelen in, maar daar ga ik niet in m’n eentje over. Het lijkt mij goed om dat verdrag in zijn geheel te laten beoordelen door het Europees Parlement en het dan pas wel of niet in te voeren. En het lijkt me goed om het niet een beetje in te voeren.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Hartog.

De heer Hartog (Volt):

Mijn vraag was niet duidelijk. Het gaat mij dus niet om het Mercosur-verdrag, maar om de democratisch vastgestelde procedures die gewijzigd zouden moeten worden. Daar is dan waarschijnlijk ook weer een verdragsverandering van de EU voor nodig. Dat betreft dus niet Mercosur. Is dat wat de heer Koffeman wenst?

De heer Koffeman (PvdD):

Ik denk dat ook in EU-verband parlementaire controle de boventoon zou moeten voeren. Dat is in dit geval niet zo.

Mevrouw Moonen (D66):

Is de heer Koffeman het met de fractie van D66 eens dat eigenlijk het vorige kabinet zwaar heeft bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking?

De heer Koffeman (PvdD):

Zeker.

Mevrouw Moonen (D66):

Mooi.

De heer Koffeman (PvdD):

Wij waren daar een groot tegenstander van.

Mevrouw Moonen (D66):

Ja, wij ook. Wij hebben destijds dus ook tegen die begroting gestemd. Is de heer Koffeman het ook met mij eens dat deze minister — we kunnen het nog hebben over de mate waarin — in ieder geval pogingen onderneemt om een deel van die bezuiniging teniet te doen? U gaat daar namelijk niet op in, valt mij op, terwijl die voorbeelden er wel zijn.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Alleen, ik kan me er minder bij voorstellen dat D66, zoals ook werd aangestipt door collega Hartog, in de vorige periode bij een hoofdelijke stemming met nadruk afstand nam van het beleid dat nu eigenlijk gesteund wordt. Men zegt: de steun van D66 maar ook van PRO is nodig voor een aantal essentiële zaken in de begroting; dat geldt zowel voor een NAVO-norm van 5% als voor een ODA-budget van 0,7% van het bruto nationaal product. De D66-fractie heeft het dus nu in handen om af te dwingen dat er ten minste 0,7% structureel naar de allerarmsten gaat. Maar als je nu akkoord gaat met een lapmiddel, zodat er volgend jaar een nieuwe discussie moet ontstaan over wel of geen 0,7%, met een verwachte uitkomst van “geen 0,7%”, dan denk ik dat je nu slecht werk levert.

Mevrouw Moonen (D66):

Ik ga hier zo dadelijk in mijn betoog op in.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik zie daarnaar uit. Dank u wel.

2e termijn:

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Minister, ook hartelijk dank voor de beantwoording van de vragen. De minister gaf aan dat een nieuwe begroting eventueel hier niet afgestemd zal worden, wat niet gaat gebeuren, dat zo’n nieuwe begroting geen sinecure is en dat het technisch gezien geen probleem is omdat het departement best in staat is om in korte tijd een nieuwe begroting te leveren, maar dat het probleem het vinden van politieke overeenstemming is. Ik zou toch van de minister het volgende willen weten. Er is hier twee keer een motie aangenomen om de 0,7% structureel te maken. Recent, in het afgelopen jaar, is in de Tweede Kamer een motie aangenomen om de 0,7% structureel te maken. Er is dus een parlementaire meerderheid. Als uw departement in staat is om in een paar weken een nieuwe begroting te maken en er een parlementaire meerderheid is om de 0,7% integraal te herstellen, waarom doen we dat dan niet? Ik zie het probleem niet. Als er wel een probleem is, dan zou ik ten minste van de minister willen weten wat er veranderd is sinds het moment dat die moties zijn aangenomen.

Een andere prangende vraag die toch blijft leven bij ons, is dat er wordt gesproken over dat het een onderdeel van het buitenlandbeleid is, maar ook een autonome doelstelling heeft. In tijden van bezuiniging wordt er eigenlijk heel zuinig mee omgegaan. Het is toch een kleine plus hier; niet een plusje dat echt in de richting van 0,7% beweegt, maar een klein plusje. Het grappige is dat dan de discussie komt, zoals die bij de vakbonden vaak gevoerd is, over centen en procenten. Vanaf het moment dat u spreekt over een klein plusje, gaat het niet meer over hoeveel procent erbij komt, maar wordt er gezegd: het is toch best een hoop geld dat erbij komt. Dat zal ongetwijfeld, maar — collega Schalk en anderen hebben dat ook duidelijk gemaakt — het komt niet in de richting van die 0,7%, dus het betekent dat we toch voortdurend wegblijven bij de algemene wens van Eerste en Tweede Kamer om dat wel te doen.

In tijden van oorlog, laten we zeggen als de verontrusting bij mensen algemeen begint te worden, is een kreet als “zoek dekking” voldoende om een dekking van 5% te rechtvaardigen. Op het moment dat wij zeggen dat de allerarmsten ernstig tekortkomen — daar gaan wij ook problemen mee krijgen overigens, in termen van welbegrepen eigenbelang — dan wordt er gezegd “ja, maar u heeft geen dekking” of “die 0,7% is niet gedekt”. Dat vind ik gek. Dat is, laten we zeggen, een verschil dat gemaakt wordt dat alleen maar in termen van prioritering te begrijpen is, maar niet in termen van tegemoetkomen aan het wegnemen van groot leed of grote dreiging, waarvan je zegt: daar moeten we gewoon dekking voor kunnen vinden.

De minister zegt ook dat hij niet op de situatie in Oekraïne in 2028 en 2031 vooruit kan lopen. Dat begrijpen we heel goed. Hij heeft geen kristallen bol; die hebben we allemaal niet. Die kasschuif zorgt er wel voor dat er wel op vooruitgelopen wordt, dus ik zou toch ook van de minister nog even een duiding willen hebben van in hoeverre je het geld dat je voor dan in gedachten had, toch nu al kan uitgeven en tegelijkertijd kan zeggen dat je niet precies weet hoe het in 2028 en 2031 is in Oekraïne.

De bezuiniging op pandemische paraatheid. De minister zei: ik ben het ermee eens dat de dreiging van ebola aangepakt moet worden; daar doen we ons uiterste best voor. Maar hoe verhoudt de bezuiniging op pandemische paraatheid zich tot bijvoorbeeld de dreiging van vogelgriep die hier elk moment uit zou kunnen breken? Daarvan hebben we toch in termen van pandemische paraatheid gezegd: oké, we doen een beetje meer dan we van plan waren na de aanvankelijke bezuiniging, maar niet hetzelfde als wat we van plan waren; we denken dat we met minder geld toe kunnen. Waar baseert het kabinet zich daarvoor op?

Dan nog even de terugkeerhubs. De minister spreekt over harde voorwaarden voor hoe we aan allerlei mensenrechtenverplichtingen kunnen voldoen. Maar hoe kan dan een terugkeerhub in Uganda een serieus plan geweest zijn? Is dat een foute inschatting geweest van het vorige kabinet of zou dat in de nieuwe situatie op dezelfde manier ook nog kunnen? Wat garandeert dus dat we niet in zo’n zelfde situatie van mensenrechtenschendingen terechtkomen als dat we in Uganda bijna te pakken hadden?

Ten slotte nog even de schaduwdeal. De minister is hier eigenlijk nog niet ingegaan op wat nou die schaduwdeal is en wat wij daaronder kunnen verstaan. Hoe heeft die schaduwdeal toch onderdeel uitgemaakt van de afwegingen zoals ze hier bij het vinden van een meerderheid plaats hebben gevonden?

Dank u wel.