Inbreng Nicolaï (PvdD) Uitvoerings-en implementatiewet Asiel-en Migratiepact 2026

De leden van de fracties van Volt en de PvdD hebben de volgende vragen.

Algemene systematiek en proportionaliteit

De leden van de fracties van Volt en de PvdD constateren dat het voorliggende wetsvoorstel een
ingrijpende herziening van het Nederlandse asielrecht behelst. Daarbij lijkt de regering op onderdelen
verder te gaan dan strikt noodzakelijk is voor implementatie van het Europees Asiel- en migratiepact.
Deze leden willen scherp krijgen waar sprake is van noodzaak en waar van politieke keuze.

1. Kan de regering per onderdeel expliciteren of sprake is van een implementatieverplichting of van
nationale beleidsruimte?
2. Waarom is ervoor gekozen om op meerdere punten de strengste invulling van die beleidsruimte te
kiezen?
3. Op welke wijze is de proportionaliteit van deze cumulatieve aanscherpingen beoordeeld?
4. Is een integrale toets uitgevoerd op de gevolgen voor mensenrechten en rechtsbescherming?
5. Op welke wijze wordt voorkomen dat nationale keuzes de Europese harmonisatie juist onder druk
zetten?
6. Op welke wijze voorkomt de regering dat uitvoeringsorganisaties overvraagd raken?
7. Welke risico’s ziet de regering voor inconsistentie in toepassing van regels tijdens de
overgangsfase?

Rechtsbescherming en procedurele waarborgen

De leden van de fracties van Volt en de PvdD maken zich zorgen over de balans tussen snelheid en
zorgvuldigheid, zeker nu meerdere procedurele waarborgen worden beperkt of afgeschaft.

8. Op welke wijze waarborgt de regering dat verkorte procedures niet leiden tot structureel minder
zorgvuldige besluitvorming?
9. Op welke wijze wordt voorkomen dat juist vaker beroep wordt ingesteld doordat fouten eerder in
de procedure niet worden gecorrigeerd?
10. Waarom is gekozen voor zeer korte beroepstermijnen, terwijl langere termijnen Europeesrechtelijk
mogelijk zijn?
11. Op welke wijze wordt verzekerd dat asielzoekers deze kortere beroepstermijnen feitelijk kunnen
benutten, zeker bij taalbarrières en kwetsbaarheid?
12. Kan de regering toelichten op welke wijze de afschaffing van de voornemenprocedure zich
verhoudt tot het beginsel van hoor en wederhoor?
13. Welke concrete alternatieven voor de voornemenprocedure zijn ingericht om fouten al vooraf te
corrigeren?
14. De leden van de fracties van Volt en de PvdD begrijpen uit de technische briefing die is gegeven
door ambtenaren van het ministerie van Justitie en Veiligheid in de Kamer van 21 april 202634 dat
de legal counseling van de IND vooral bestaat uit voorlichting over de rechten en niet zozeer uit
juridische bijstand. Op welke wijze garandeert de regering efficiënte en eerlijke
rechtsbescherming van mensen die bescherming zoeken in de eerste fase?
15. Op welke wijze wordt gewaarborgd dat informatievoorziening door de IND door asielaanvragers
als onafhankelijk wordt ervaren, terwijl dezelfde organisatie ook op de aanvraag beslist?
16. Hoe wordt voorkomen dat informatie die de IND verkrijgt over de persoon die asiel aanvraagt in
het kader van de counseling ─ bewust of onbewust ─ invloed heeft op de besluitvorming?
17. Welke onafhankelijke toetsing vindt plaats op de kwaliteit van deze counseling?
18. Op welke wijze wordt gemeten of asielzoekers hun rechten daadwerkelijk begrijpen en kunnen
uitoefenen?
19. Hoe wordt rekening gehouden met kwetsbare groepen in deze fase?
20. De leden van de fracties van Volt en de PvdD begrijpen uit voormelde technische briefing dat ─
door het vervallen van de voornemenprocedure en de keuze om de juridische counseling bij de
IND onder te brengen ─ asielaanvragers pas een advocaat toegewezen krijgen als het asielgehoor
al heeft plaatsgevonden. Is het juist dat het asielgehoor zelf plaatsvindt buiten aanwezigheid van
een advocaat? Kan de regering reflecteren op welke effecten dit heeft op de efficiënte
rechtsbescherming en of dit vaker zal leiden tot bezwaarprocedures of herstel van fouten later in
het proces?
21. Het voorliggende wetsvoorstel schaft de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd af. Kan de
regering toelichten waarom voor volledige afschaffing is gekozen om te voldoen aan het
Unierecht? Is dit in de visie van de regering de enige manier om aan het Europees Asiel- en
migratiepact te voldoen of kan dit ook op andere wijze worden ingevuld? Zijn er alternatieven
overwogen en zo ja, welke?
22. De leden van de fracties van Volt en PvdD begrijpen dat niet de datum van de aanvraag van een
vergunning voor onbepaalde tijd, maar de datum van beslissing op die aanvraag doorslaggevend
is voor welk recht er van toepassing is. Kan de regering toelichten in hoeverre dit overgangsrecht
tot rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid leidt tussen asielaanvragers die op eenzelfde moment
hun verblijfsvergunning hebben aangevraagd?
23. Waarom heeft de regering er niet voor gekozen om het moment van de aanvraag voor een
verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd bepalend te laten zijn voor welk recht er geldt, om
rechtsongelijkheid en onduidelijkheid te voorkomen?
24. Hoeveel mensen hebben een aanvraag voor een vergunning voor onbepaalde tijd ingediend
waarop nog niet besloten is? Acht de regering het proportioneel om de gevolgen van de lange
beslistermijnen bij de IND neer te leggen bij deze aanvragers, die straks buiten hun toedoen geen
vergunning voor onbepaalde tijd meer kunnen krijgen?

Detentie, vrijheidsbeperking en grondrechten

De leden van de fracties van Volt en de PvdD zien dat vrijheidsontneming een centrale rol krijgt in het
nieuwe systeem, met name in grensprocedures.

25. Op welke wijze wordt gewaarborgd dat detentie daadwerkelijk een ultimum remedium blijft?
26. Hoe verhoudt de praktijk zich tot het uitgangspunt van individuele beoordeling, als in de
grensprocedure feitelijk standaard detentie wordt toegepast?
27. Waarom worden minder ingrijpende alternatieven ─ zoals meldplicht of open opvang ─ niet als
uitgangspunt genomen?
28. Kan de regering reflecteren op voorbeelden uit andere lidstaten waar dergelijke alternatieven wel
worden toegepast?
29. Waarom wordt niet ingezet op het ontwikkelen van alternatieve opvangvormen in plaats van
detentiecapaciteit?
30. Op welke wijze wordt de proportionaliteit van detentie in individuele gevallen getoetst, met name
bij kwetsbare personen?
31. Waarom wordt detentie van minderjarigen niet expliciet uitgesloten in de wet?
32. Hoe verhoudt dit zich tot het uitgangspunt inhoudende dat detentie van kinderen alleen als
uiterste middel mag worden toegepast?
33. Welke concrete alternatieven voor detentie zijn ontwikkeld voor situaties waarin zorgen bestaan
over gezinsbanden of veiligheid?
34. In voormelde technische briefing is aangegeven dat kinderen in detentie kunnen worden gezet als
dit “in het belang van het kind is”.35 Kan de regering uitgebreid toelichten in welke gevallen
daarvan sprake kan zijn?

Gezinshereniging en nareis

De leden van de fracties van Volt en de PvdD hechten groot belang aan het recht op gezinsleven en zien
dat de voorgestelde aanscherpingen ingrijpende gevolgen kunnen hebben.

35. Hoe verhouden strengere voorwaarden zich tot de Europese praktijk, waarin vaak ruimere rechten
gelden?
36. Wat is het doel van aanvullende inkomenseisen, specifiek voor subsidiair beschermden?
37. Is onderzocht voor hoeveel mensen gezinshereniging hierdoor feitelijk onmogelijk wordt?
35 Raadpleegbaar via: verslag.
38. Hoe wordt omgegaan met situaties waarin gezinsleden al onderweg zijn of procedures al lopen?
39. Welke overgangsregelingen gelden voor deze groep?
40. Hoe wordt voorkomen dat gezinnen langdurig gescheiden blijven door veranderende regels?
41. Hoe wordt omgegaan met situaties waarin terugkeer naar het land van herkomst niet mogelijk is?
42. Wat is het effect van deze maatregelen op vertrouwen in de overheid en integratie?
Uitvoerbaarheid en capaciteit
De leden van de fracties van Volt en de PvdD maken zich zorgen over de praktische uitvoerbaarheid.
43. Op welke wijze wordt capaciteit verdeeld tussen oude en nieuwe procedures na inwerkingtreding?
44. Kan de regering concreet aangeven hoe de IND hiermee omgaat in termen van inzet en
prioritering?
45. Wat is de stand van zaken van plannen om achterstanden weg te werken?
46. Hoe wordt voorkomen dat wachttijden verder oplopen?
47. Welke risico’s ziet de regering voor de Rechtspraak?
48. Op welke wijze wordt kwaliteit geborgd onder hoge werkdruk?

Delegatie en wetgevingsniveau

De leden van de fracties van Volt en de PvdD constateren dat belangrijke keuzes naar lagere regelgeving
worden verschoven.

49. Waarom worden wezenlijke onderdelen niet op wetsniveau geregeld?
50. Hoe wordt parlementaire controle geborgd bij toekomstige invulling?
51. Hoe wordt voorkomen dat de rechtspositie van betrokkenen afhankelijk wordt van
beleidswijzigingen buiten het parlement om?
Screening, technologie en zorgvuldigheid
De leden van de fracties van Volt en de PvdD merken op dat screening en digitalisering een grotere rol
krijgen.
52. Hoe wordt de kwaliteit van geautomatiseerde besluitvorming gewaarborgd?
53. Op welke wijze wordt inzet van kunstmatige intelligentie (AI) gecontroleerd en uitlegbaar
gemaakt?
54. Verwacht de regering daadwerkelijk tijdswinst en, zo ja, waarop is dat gebaseerd?
55. Hoe wordt voorkomen dat automatisering leidt tot minder individuele beoordeling?
Kinderen en kwetsbare groepen
56. Is er een volwaardige kinderrechtentoets uitgevoerd op het voorliggende wetsvoorstel in z’n
geheel? Zo nee, waarom niet? Is de regering bereid dit alsnog te doen vóór de Kamer over het
voorliggende wetsvoorstel stemt?
57. Hoe wordt de beleidsvrijheid van de rechter gewaarborgd bij zaken waarbij het belang van het
kind in het geding is, met name in de versnelde procedures?
58. Hoe wordt het belang van het kind structureel meegenomen in de verschillende fasen van de
procedure?
59. Hoe wordt gewaarborgd dat kinderen daadwerkelijk een eigen stem krijgen, bijvoorbeeld bij een
individueel gehoor?
60. Hoe wordt omgegaan met situaties waarin dit niet gebeurt?
61. Hoe wordt kwetsbaarheid tijdig en herhaald vastgesteld?

Opvang en levensomstandigheden

62. Hoe wordt gewaarborgd dat opvang voldoet aan Europese minimumnormen, ook bij hoge druk?
63. Hoe wordt voorkomen dat kwetsbare personen in ongeschikte noodopvang terechtkomen?
64. Welke rechtsmiddelen hebben betrokkenen als passende opvang uitblijft?
65. Hoe wordt samenwerking tussen betrokken organisaties georganiseerd?

Europese dimensie en ‘veilig derde land’

De leden van de fracties van Volt en de PvdD willen specifiek ingaan op de toepassing van het concept
‘veilige derde landen’, dat verstrekkende gevolgen kan hebben voor toegang tot bescherming.

66. Waarom kiest de regering ervoor om deze mogelijkheid te benutten, terwijl dit niet verplicht is?
67. Op welke wijze wordt gewaarborgd dat asielaanvragen altijd individueel en inhoudelijk worden
beoordeeld?
68. Hoe wordt voorkomen dat mensen worden overgedragen aan landen waar effectieve bescherming
niet is gegarandeerd?
69. Op welke wijze wordt toezicht georganiseerd op de situatie van mensen na overdracht?
70. Hoe wordt voorkomen dat uitzetting plaatsvindt voordat een rechter zich heeft kunnen
uitspreken?
71. Welke rol heeft het parlement bij het sluiten van overeenkomsten met derde landen?
72. Hoe wordt transparantie over het sluiten van overeenkomsten met derde landen geborgd?
73. Wat gebeurt er als de situatie in een derde land verslechtert?
Monitoring, evaluatie en bijsturing
74. De leden van de fracties van Volt en de PvdD vragen de regering op welke wijze de werking van
deze wet systematisch wordt gemonitord.
75. Wordt expliciet gekeken naar effecten op rechtsbescherming en mensenrechten, zo vragen
genoemde leden de regering.
76. Op welke wijze wordt de Kamer betrokken bij eventuele bijsturing naar aanleiding van de
monitoring of evaluatie?
77. De leden van de fracties van Volt en de PvdD vragen de regering of onafhankelijke evaluatie wordt
voorzien en, zo ja, door wie?