Vraag 1.
Hoe beoordeelt u de conclusie uit de EU-evaluatie dat de implementatie van de Europese diergezondheidswetgeving (Regulation 2016/429) tussen 2021 en 2023 in diverse lidstaten is vertraagd door een tekort aan veterinair personeel, en in hoeverre vormt het huidige tekort aan dierenartsen in Nederland een risico voor de adequate handhaving van bioveiligheid en fraudebestrijding in de veehouderij?
Vraag 2.
Uit het evaluatierapport blijkt dat risicogebaseerde surveillance en bioveiligheid cruciaal zijn om overdracht van dierziekten te voorkomen. Welke concrete, aanvullende maatregelen gaat u nemen om de bioveiligheid op grote industriële veehouderijlocaties in Nederland structureel aan te scherpen, aangezien de hoge veedichtheid in ons land een structureel risico vormt voor grootschalige uitbraken van bijvoorbeeld vogelgriep en Afrikaanse varkenspest? Is het kabinet voornemens om ruimere afstandsnormen tussen nieuwe kippen- en varkensstallen te realiseren vanwege het risico op onderlinge besmetting en zelfs mutatie van virussen?
Vraag 3.
Hoe reflecteert u op de bevinding dat effectieve handhavingsmechanismen in de praktijk nog vaak ontbreken of niet consistent worden toegepast? Bent u bereid om de handhavingscapaciteit en de boeteclausules van de NVWA specifiek voor overtredingen van de Animal Health Law te verhogen, om zo een krachtiger signaal af te geven tegen verwaarlozing en het illegaal transporteren van dieren?
Vraag 4.
Op welke punten in de verordening voldoet Nederland nog niet aan de gestelde eisen? Is de minister voornemens om op die punten verbetering aan te brengen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe en op welke termijn?
Vraag 5.
Erkent u dat de focus van de Europese diergezondheidswetgeving nog te veel is gericht op het beschermen van de economische belangen van de vee-industrie en de internationale handel, in plaats van op het intrinsieke welzijn en de gezondheid van het individuele dier? Zo ja, hoe gaat u zich in Europees verband inzetten om de wetgeving bij een volgende herziening om te vormen naar een model waarin dierwelzijn en de transitie naar een diervriendelijkere, plantaardiger samenleving centraal staan?
Vraag 6.
Kunt u reflecteren op de oproep van André Rouvoet (voorzitter GGD GHOR Nederland) en Putri Hintaran (voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Infectieziektebestrijding (NVIB)) “alle eerdere bezuinigingen op pandemische paraatheid terug te draaien en daarmee te laten zien dat er is geleerd van de coronapandemie”? 1
Vraag 7.
Het Nationaal Actieplan Zoönosebeleid (2022-2026) bevat een breed scala aan maatregelen om zoönosen te voorkomen en te bestrijden. Kan de minister een overzicht geven van de maatregelen die nog genomen moeten worden of waarbij vertraging is opgelopen?
1)Blijf investeren op pandemische paraatheid | www.ggdrotterdamrijnmond.nl

