Vragen van Koffeman (PvdD) en Nicolaï aan de staatssecretaris van LVVN over de bescherming van de wolf

eurasian wolf white winter habitat beautiful winter forest

Vragen van de leden Koffeman en Nicolaï (PvdD) op 24 april 2026 medegedeeld aan de
staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over bescherming
van de wolf.

Antwoorden van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
ontvangen op 1 juni 2026.

Vraag 1
Kent u het bericht ‘Nederland kan voorbeeld Duitsland niet volgen om sneller wolven te doden’?

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Kent u het bericht ‘Wolven afschrikken en sneller ingrijpen’, staatssecretaris deelt plannen’?

Antwoord 2
Ja.

Vraag 3
Deelt u de opvatting van uw ambtsvoorganger dat het onderzoek van Wageningen University &
Research met betrekking tot de staat van instandhouding van de wolf ‘een realiteitsgehalte van
0,0‘ zou hebben en dat de uitkomsten zoals gerapporteerd door de onderzoekers van Wageningen
University & Research ‘gecanceld’ kunnen worden? Zo ja, op welke gronden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3
Ik ben van mening dat Wageningen University & Research een gedegen onderzoek heeft
uitgevoerd met betrekking tot de staat van instandhouding van wolven in Nederland. Omdat het
bepalen van de staat van instandhouding een belangrijk onderdeel vormt van het
wolvenbeleid en dit uiterst zorgvuldig plaats moet vinden, kijk ik met belangstelling uit naar het
door mijn ambtsvoorganger ingezette aanvullende onderzoek. Ik verwacht dit onderzoek in de
zomer en zal uw Kamer hier zo spoedig mogelijk over informeren.

Vraag 4
Is het waar dat een andere partij in opdracht van uw ambtsvoorganger alternatief onderzoek doet
naar de staat van instandhouding en dat de resultaten daarvan voor de zomer verwacht worden?
Zo ja, wat is de naam en achtergrond van het andere onderzoeksinstituut en hoe wilt u de
uitkomsten van beide onderzoeksinstituten wegen? Zo nee, bent u bereid uw beleid met betrekking
tot de consequenties van een ongunstige staat van instandhouding op korte termijn te vertalen in
een strikt beschermingsbeleid voor de wolf?

Antwoord 4
Het instituut Faunis SRL – Soluzioni Innovative per la Gestione e la Conservazione
Della Fauna voert een aanvullend onderzoek uit naar de staat van instandhouding van wolven in
Nederland. De resultaten verwacht ik in de zomer. Dit onderzoek is een aanvulling op het
onderzoek van Wageningen University & Research en ik wil de beide onderzoeken in
samenhang wegen.

Vraag 5
Bent u met deze leden van mening dat alternatief onderzoek een motie van wantrouwen betekent
voor de onderzoekers van Wageningen University & Research en bent u bereid zo’n alternatief
onderzoek stop te (doen) zetten? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u de opdracht intrekken? Zo
nee, welke duiding geeft u dan aan het in twijfel trekken van de onderzoeksuitkomsten van
Wageningen University & Research?

Antwoord 5
Ik heb veel het volste vertrouwen in Wageningen University & Research. Het betreft hier een
aanvullend onderzoek op verzoek van mijn ambtsvoorganger. Ik zie geen aanleiding om
dit reeds lopende onderzoek stop te zetten. Het onderzoek van Wageningen University & Research
richtte zich op de ecologische situatie van wolven in Nederland. Het aanvullend onderzoek betrekt
ook andere relevante perspectieven, zoals socio-economische overwegingen en fysieke veiligheid.

Vraag 6
Zijn uw uitlatingen over het sneller ingrijpen en/of afschrikken van wolven te herleiden naar de
onderzoeksresultaten van Wageningen University & Research, ambtelijk advies of (inter)nationale
jurisprudentie? Zo ja, welke? Zo nee, waarop zijn uw uitlatingen ter zake dan gebaseerd?

Antwoord 6
Ik baseer me op de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) over wolven die ik voorbereid en
waar ik uw Kamer onlangs over heb geïnformeerd (Kamerstuk 180844). Deze AMvB moet het
mogelijk maken sneller en adequater in te grijpen bij incidenten met probleemwolven en
probleemsituaties met een wolf.

Vraag 7
Is het waar dat houders van buiten gehouden dieren wettelijk verplicht zijn om hun dieren
deugdelijk te beschermen tegen roofdieren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze is er
toezicht en handhaving van dit wettelijke voorschrift?

Antwoord 7
Ja, volgens artikel 1.6, derde lid, Besluit houders van dieren moeten dieren, indien deze niet in een
gebouw worden gehouden, zo nodig bescherming geboden worden tegen
roofdieren. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) richt haar toezicht nu op situaties
waarbij regelmatige aanvallen door wolven hebben plaatsgevonden waartegen de houder
onvoldoende beschermingsmaatregelen heeft genomen. Dit in afwachting van de nadere invulling
van de norm voor bescherming tegen wolven. De interventie wordt bepaald per situatie.

Vraag 8
Is het waar dat veehouders in 88,8% van de situaties met wolvenaanvallen in het afgelopen jaar
hun vee niet deugdelijk beschermd hadden zoals wettelijk voorgeschreven? Zo nee, wat is dan het
juiste percentage? Zo ja, bent u bereid de NVWA opdracht te geven streng toe te zien op naleving
van de wettelijke plicht tot bescherming van buiten gehouden dieren?

Antwoord 8
In april van dit jaar heeft BIJ12 de ‘Jaarrapportage wolven 2025’ gepubliceerd. Hieruit
bleek dat bij 988 van de 1.114 bevestigde wolvenschademeldingen uit 2025 (ruim 88%) geen
sprake was van preventieve maatregelen zoals beschreven in de BIJ12 Faunaschade PreventieKit Wolven (FPK).
De FPK bevat adviesnormen over welke preventieve maatregelen houders kunnen nemen om hun dieren te beschermen tegen
wolvenaanvallen. Er kan op basis van deze cijfers niet gesteld worden welk percentage van de
houders de wet overtreden. De adviezen uit de FPK vormen namelijk geen wettelijke
verplichting. Wel moeten houders volgens artikel 1.6, derde lid, Besluit houders van dieren hun
dieren, indien deze niet in een gebouw worden gehouden, zo nodig bescherming bieden tegen
wolven. Deze open norm schrijft echter niet voor welke specifieke preventieve maatregelen
houders moeten nemen in welke situaties.

De NVWA is samen met de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn, de Rijksdienst voor
Ondernemend Nederland en de Politie verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving op deze
open norm. In mijn antwoord op vraag 7 staat beschreven hoe de NVWA het toezicht en de
handhaving in dit kader momenteel vormgeeft.

Het is belangrijk dat we, naast het inrichten van toezicht en handhaving, zorgen dat dierhouders
toegang hebben tot de nodige ondersteuning. Het correct toepassen van wolfwerende
maatregelen vraagt namelijk om grote inspanningen en specifieke kennis en expertise. Daarom zijn
er vanuit het Rijk middelen beschikbaar gesteld voor regionale veebeschermingsinitiatieven en zijn
er provinciale subsidies voor de aanschaf van wolfwerende maatregelen. We zien dat dierhouders
steeds meer gebruik maken van deze mogelijkheden. Er zijn verschillende initiatieven gestart en in
ontwikkeling, zoals de Drentse praktijkproef met mobiele wolfwerende rasters, gericht op de
ondersteuning van dierhouders en het opdoen van kennis en ervaring in de praktijk. Ook hebben
provincies de subsidieplafonds regelmatig verhoogd door de grote interesse voor deze subsidies.

Vraag 9
Is het waar dat de NVWA pas in 2024 voor het eerst een waarschuwing heeft gegeven voor
overtreding van de wettelijke bepalingen (zie vraag 7)? Zo ja, waarom is niet eerder gehandhaafd
en waarom blijven sancties nog steeds uit? Zo nee, wanneer trad de NVWA eerder handhavend op
in een kwestie als deze?

Antwoord 9
Het klopt dat de NVWA in 2024 voor het eerst een officiële waarschuwing heeft gegeven voor het
onvoldoende bescherming bieden aan gehouden dieren tegen wolven. Eerdere handhaving heeft
niet plaatsgevonden omdat de terugkomst van wolven naar Nederland een nieuwe ontwikkeling
was, waar nog kennis over opgedaan moest worden en waar veehouders zich nog op moesten
aanpassen. In mijn antwoord op vraag 7 staat beschreven hoe de NVWA het toezicht en de
handhaving op deze norm op dit moment vormgeeft.

Vraag 10
Bent u bereid in overleg met de provinciale uitvoerders van schadevergoedingsregelingen te treden
over het stoppen van schadevergoedingen aan veehouders die bij herhaling de wettelijke
beschermingsplicht overtreden, waar de beloning van dergelijke wetsovertreding als uitlokking
gezien kan worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Antwoord 10
Het beleid rond tegemoetkoming bij door wolven veroorzaakte schade is de bevoegdheid van
provincies. Houders hoeven momenteel geen preventieve maatregelen te nemen om aanspraak te
maken op een tegemoetkoming in de schade. In het interprovinciaal Wolvenplan 2025 staat dat
provincies hier vanaf volgend jaar verandering in willen brengen. In zijn algemeenheid geldt dat
dierhouders wettelijk verantwoordelijk zijn voor het nemen van preventieve maatregelen om hun
dieren zo nodig tegen roofdieren te beschermen. Ik werk momenteel aan een beleidsregel die
invulling geeft aan deze open norm, zodat duidelijk wordt wat er van dierhouders verwacht
wordt. Hierbij betrek ik onder andere medeoverheden en sectorpartijen. In dit traject heb ik ook
aandacht voor de integraliteit met het provinciale beleid voor tegemoetkomingen in schade.

Vraag 11
Bent u bereid de handhavingscapaciteit van de NVWA uit te breiden en marktpartijen duidelijk te
maken dat wetsovertredingen ter zake niet langer gedoogd zullen worden? Zo ja, op welke termijn
en wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 11
De NVWA heeft de verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor het toezicht op naleven van de
norm uit artikel 1.6, derde lid, Besluit houders van dieren. De NVWA maakt elk jaar een plan dat
beschrijft waar zij haar capaciteit op inzet. Er is momenteel geen aanleiding om
de handhavingscapaciteit voor deze specifieke norm uit te breiden. Bij deze
norm speelt momenteel met name de vraag wat er van dierhouders verwacht mag worden. Om het
toezicht verder te verbeteren, werk ik daarom aan een beleidsregel die dit verduidelijkt. Daarnaast
zet ik samen met provincies in op het ondersteunen van dierhouders die hun
dieren willen beschermen tegen wolvenaanvallen en op de (door)ontwikkeling
van preventieve maatregelen.