De leden van de PvdD-fractie constateren dat de regering erkent dat de eilandsraden kleiner zijn dan de
gemeenteraden van gemeenten met een even groot inwonersaantal. Voorts stelt de regering dat
versterking van het bestuur nodig is gelet op de grote opgaven die op bestuurlijk, sociaal en fysiek
domein op de eilanden spelen. Het verhogen van het aantal eilandsraadsleden wordt bovendien
noodzakelijk geacht omdat het lage aantal eilandsraadsleden tot een hoge werklast leidt bij de zittende
leden, die per persoon een breed portfolio moeten beheren. Daarnaast erkent de regering dat de
eilandsraad in de basis al een groter takenpakket heeft dan gemeenten in Europees Nederland, vanwege
het insulaire karakter en de geïsoleerde ligging van de eilanden.
1. De aan het woord zijnde leden constateren dat de eilandsraden in de praktijk vaak eenmansfracties
kennen. Hoe kan het uitbreiden van het aantal eilandsraadsleden volgens de regering soelaas bieden voor
zulke eenmansfracties, die te kampen hebben met de door de regering erkende hoge werklast? Welke
financiële middelen hebben fracties ter beschikking voor ondersteuning van hun werkzaamheden? Blijkt
uit onderzoek dat die middelen voldoende zijn?
2. Deze leden vragen de regering daarnaast in hoeverre eilandsraadsleden voor hun informatie kunnen
terugvallen op organisaties of adviesorganen die oog hebben op de specifieke situatie waarin de eilanden
zich bevinden? Deelt de regering het oordeel van deze leden dat de eilandsraadsleden niet alleen
geconfronteerd worden met een groter takenpakket dan gemeenteraadsleden in Europees Nederland,
maar ook met de onmogelijkheid om te steunen op kennis van (maatschappelijke) organisaties en
adviesorganen? Op welke wijze kan aan de problemen die daaruit voortvloeien, worden
tegemoetgekomen? Zijn daar financiële middelen voor beschikbaar?

