31 936 CK
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Evaluatie NNHS concludeert dat “omwonenden niet goed genoeg beschermd
[zijn] tegen vliegtuighinder”;
overwegende dat de Rechtbank Den Haag op 20 maart 2024 heeft geoordeeld dat de Staat bij het
Schipholbeleid geen passende belangenafweging heeft gemaakt tussen de belangen van
omwonenden enerzijds en die van de luchtvaart en de luchthaven anderzijds;
overwegende dat bij de keuze tussen verschillende beschermingsscenario’s inzichtelijk en
controleerbaar moet worden gemaakt welk gewicht wordt toegekend aan enerzijds de belangen van
omwonenden bij bescherming tegen ernstige hinder en slaapverstoring en anderzijds de publieke en
economische belangen die met de exploitatie, bereikbaarheid en netwerkkwaliteit van Schiphol zijn
gemoeid;
verzoekt de regering:
1. het concept-LVB te beschouwen als een tijdelijke regeling en bij vaststelling onverwijld de
voorbereiding van een vervangend LVB ter hand te nemen;
2. uiterlijk 1 maart 2027 een helder en afrekenbaar beschermingsdoel voor de geluidhinder
vast te stellen en aan de Kamer voor te leggen, dat niet is afgeleid van een vooraf
vastgesteld aantal vliegtuigbewegingen, maar grenswaarden hanteert die gericht zijn op
bescherming van omwonenden waarbij de WHO-advieswaarden als gezondheidskundige
referentie worden betrokken, de actuele blootstelling-responsrelaties van het RIVM worden
gebruikt en daarnaast rekening wordt gehouden met piekgeluid, frequentie van
vliegtuigpassages en voldoende aaneengesloten rustperioden;
3. daarbij verschillende uitvoerbare scenario’s voor dag, avond en nacht uit te werken
waaronder scenario’s smet een aanzienlijke vermindering van het aantal
vliegtuigbewegingen en voor ieder scenario inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn voor
enerzijds het aantal ernstig gehinderden en ernstig slaapverstoorden en anderzijds de
publieke en economische belangen;
4. bij de keuze tussen de scenario’s te motiveren waarom de gekozen uitkomst proportioneel
is en een “fair balance” in de zin van artikel 8 EVRM oplevert, en waarom niet voor een
scenario met een hoger beschermingsniveau voor omwonenden wordt gekozen;
5. uiterlijk binnen achttien maanden na de inwerkingtreding van het concept-LVB, een
vervangend LVB vast te stellen dat is gebaseerd op het nieuwe beschermingsdoel en op de
onder 3 en 4 bedoelde belangenafweging;
en gaat over tot de orde van de dag.
Nicolaï
Thijssen
Van Aelst-den Uijl
Van der Goot
